zondag 26 augustus 2012

Natuur Insecten Vlinders Klein Koolwitje - Pieridae


Het klein koolwitje is de algemeenste standvlinder in Nederland, die vrijwel overal het hele jaar door gezien kan worden valt onder de familie witjes (pieridae)

De voorvleugellengte is  21-27 mm. De zwarte vlek op de bovenkant van de voorvleugelpunt loopt langs de vleugelrand niet door tot beneden de zwarte vlek op het midden van de voorvleugel. Bovendien eindigt deze vlek aan de onderkant in een rechte lijn. De aders op de onderkant van de achtervleugel zijn niet grijsgroen bestoven. Zowel het mannetje als het vrouwtje heeft op de voorvleugel twee vlekken; bij het vrouwtje zijn deze vlekken groter en zwarter dan bij het mannetje.



Het klein geaderd witje heeft veel gelijkenissen maar zijn de aders op de onderkant van de achtervleugel grijsgroen bestoven; bovendien loopt de zwarte vlek in de voorvleugelpunt geleidelijk naar beneden toe en eindigt deze niet in een rechte lijn.  
Het klein koolwitje is een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. De vlinder komt in diverse biotopen, zoals ruigten, tuinen, parken, dijken, houtwallen, bloemrijke graslanden en bos- en akkerranden voor.
De vliegtijd is van begin april-begin juni, half juni-begin september en half juli-half oktober in drie generaties; de tweede en derde generatie overlappen elkaar gedeeltelijk. In zeer gunstige jaren kan zelfs een vierde generatie optreden, die van eind september tot begin november vliegt.
Rups: eind mei-half juli en half augustus-begin oktober. De grotere rupsen eten vooral uit het hart van de koolplant en kunnen daardoor schade veroorzaken. De verpopping vindt plaats onder een natuurlijk of kunstmatig dakje. De soort overwintert als pop.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen