vrijdag 27 april 2012

Natuur Insecten Lieveheersbeestje


insecten
Geen enkel diertje kent zoveel verschillende namen als het lieveheersbeestje. Mariakever, Heiligenkever, Lievevrouwenworpjes, Hemelskoetje, Zonnekever of Gelukskever, het zijn er slechts enkele. Ze worden gezien als de voorboden van voorspoed en geluk.
De meeste lieveheersbeestjes en hun larven leven van bladluizen en daarom worden ze in de glasteelt ook gebruikt om bij de bestrijding van plagen te helpen.
De kleurige soorten hebben een sterke en vieze geur en smaken slecht, zodat vijanden ze niet gauw zullen eten.
Wist je dat het aantal stippen niets te maken heeft  met de leeftijd?




insecten
Kenmerken
Helder gekleurde keversoort, meestal rood of geel met zwarte stippen. Ovaal, bijna rond van vorm. Een groot deel van de kop en het borststuk wordt bedekt door het halsschild, het achterlijf is bedekt door de twee dekschilden (de harde voorste vleugels).

Paartijd
In april en mei. Er worden 100 tot 200 eieren gelegd. De totale levenscyclus (ei - larve - pop- kever ) duurt 4 tot 7 weken. Voedsel Bladluizen, behalve het 24 stippelig lieveheersbeestje, dat zich met plantenmateriaal (klaver) voedt.

Na de winter meteen aan het werk. In het voorjaar komen de volwassen lieveheersbeestjes te voorschijn.
Zij gaan dan onmiddellijk op zoek naar voedsel. Een lieveheersbeestje kan wel 3000 bladluizen per maand eten. Als ze zijn aangesterkt zoeken ze een geschikt gebied om zich voort te planten. In april, mei paren ze. De eitjes worden in groepjes afgezet. De larven die als eerste uitkomen eten vaak hun broertjes en zusjes op.
In de zomer kunnen de larven dankzij het warme weer en voldoende voedsel snel groeien. Insecten groeien enkel in deze fase, de lieveheersbeestjes vervellen dan drie keer. Als de larve volgroeid is gaat ze verpoppen. In de pop verandert het beestje in een volwassen dier. In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje uit de pop, zo'n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kan tijdens de zomer dus twee generaties lieveheersbeestjes zien.
In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter. De tocht naar de overwinteringsgebieden wordt ingezet.
Aangekomen in de overwinteringsgebieden kruipen de diertjes met enkelen bijeen. Sommige soorten kruipen in de grond weg, of zitten achter schors en in holle stengels. Enkele soorten overwinteren in schuren en kelders van huizen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen