dinsdag 17 april 2012

Natuur Insecten Libellen Gewone Oeverlibel


natuur-insecten-gewone oeverlibel-mannetje
natuur-insecten-gewone oeverlibel-vrouwtje
Deze libel –links het mannetje en links het vrouwtje - is de grootste en algemeenste oeverlibel en behoort tot de familie korenbouten (libellulidae) en komen zeer algemeen voor in heel Nederland. Het mannetje hebben we in onze tuin in de Groningerwijk Paddepoel mogen waarnemen.

Kenmerken
44-50 mm. Groter dan andere oeverlibellen. Het achterlijf is pijlvormig: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Het gezicht is geel tot bruin. De pterostigma’s zijn zwart. Mannetje: uitgekleurde mannetjes hebben een blauwberijpt achterlijf met een duidelijke zwarte punt. Aan de buitenranden van de segmenten staan gele streepjes, die bij oude mannetjes verdwijnen onder nog meer blauwe berijping. Het borststuk is bruin, zonder blauwe berijping. Jonge mannetjes die nog geen berijping op het achterlijf hebben, zien eruit als vrouwtjes. Vrouwtje: grondkleur van het lichaam (zowel achterlijf als borststuk en gezicht) geel. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengtestrepen.
Habitat
Allerlei stilstaande en zwak stromende wateren, liefst op plaatsen met kale oevers.
Vliegtijd en gedrag
Begin mei tot eind september, met de hoogste aantallen in juni, juli en de eerste helft van augustus. Jonge oeverlibellen kunnen ver van het water wegvliegen en zijn op allerlei plaatsen te vinden, vaak zittend op kale grond of in korte vegetatie. Hier jagen ze tot ze geslachtsrijp zijn en naar het water terugkeren. Geslachtsrijpe mannetjes houden de wacht vanaf warme zitplaatsen langs de waterkant. Vaak zijn dit kale stukken grond, boomstronken, enz. Vanaf deze zitplaatsen maken ze vluchten laag over het water, waarbij andere mannetjes worden verjaagd en vrouwtjes worden gegrepen voor de paring. Het vrouwtje zet haar eitjes af door vliegend met de achterlijfspunt op het wateroppervlak te tikken. Het mannetje vliegt meestal dicht bij haar in de buurt, om concurrenten te verjagen.
Levenscyclus
De larven overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus, met een piek van half juni tot eind juli

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen