woensdag 29 februari 2012

Natuur Paarden Konikpaard


midwolda-ennamaborg-konikpaard
lauwersmeer-konikpaard
In veel natuurgebieden komen we dit paard tegen, een konikpaard. Een konik is van oorsprong een in Polen en Wit-Rusland gehouden paardenras, dat klein van stuk en heel resistent is. Koń is Pools voor paard, konik (konjiek) voor paardje.

Kenmerken

Het konikpaard heeft geen verzorging nodig en kan het hele jaar vrij rondlopen. Om deze reden wordt het dier vaak ingezet voor begrazing in natuurgebieden in Nederland. Hoewel alle paarden nazaten zijn van hun wilde voorouders wordt voor begrazing vaak gekozen voor de konik, omdat er geen storende factor is van "liefhebbende fokkers" en omdat de konik nauw verwant is aan de tarpan, een oorspronkelijk wild paard. De konikpaarden bleken bovendien nagenoeg vrij van gebreken die huispaarden hebben.

Begrazing door paarden
Paarden hebben een differentiërend effect. Ze eten graag kort gras, waardoor ze vaak hetzelfde terrein begrazen. Zo ontstaat een paardenwei. Een latrine daarentegen verruigt omdat daar door paarden niet gegeten wordt. Hierdoor ontstaan omstandigheden waardoor een meer diverse flora en fauna zich kan ontwikkelen.

Geschiedenis
midwolda-ennemaborg-konikpaard
midwolda-ennemaborg
De bioloog/econoom Gerben Poortinga introduceerde voor het eerst in 1981 de konik in het natuurbeheer. De introductie was niet bedoeld als beheermiddel zoals voorheen de inzet van boerenvee, maar als integraal onderdeel van de natuur. Ook grazers en de natuur om hen heen moeten zich in onderlinge afhankelijkheid ontwikkelen. Poortinga eiste van de beheerders dat strikt natuurlijke kuddevorming, zonder "dierverzorgende" maatregelen, zou plaatsvinden en dat overbevolking uitsluitend aselect en op basis van ecologische ontwikkelingen van het gebied zouden plaatsvinden. Door jarenlang onderhandelen verwierf Poortinga toestemming tot een vrije selectie van uitgangsmateriaal. Aan de kwaliteit van de koniks op de Ennemaborg is dat volgens Margriet Markerink, auteur van het boek "Koniks, wilde paarden in Nederland”, nog steeds te zien. Naar aanleiding van het succes van de natuurontwikkeling op landgoed de Ennemaborg wordt het ras nu gebruikt in Europese natuurreservaten als de Oostvaardersplassen voor begrazingsdoeleinden. Hiermee functioneert de konik als een van de grote grazers van Europa. Ook in alle omringende landen is de beheersvisie nu op grote schaal overgenomen en toegepast.

zondag 26 februari 2012

Natuur Vogels Kramsvogel Turdus pilaris

natuur-vogel-kramsvogel
natuur-vogels-kramsvogel

















Eén van de grote groep kramsvogels in de weilanden nabij Oostum. De kramsvogel heeft een opvallend verenkleed met een grijs en bruine rug en talrijke zwarte streepjes op de buik en de borst. De vogel laat vooral in de vlucht een typerende roep horen die bestaat uit reeks elkaar snel opvolgende klanken. De kramsvogel is vooral in de winter in grote aantallen in Nederland te zien. Het broedgebied bevindt zich verder naar het oosten van Europa. De kramsvogel broedt in kolonies waarbij de vogels grote nesten in een boom bouwen. Ook in Nederland zijn enkele broedkolonies geweest, in de jaren 80 waren er bijna 1.000 broedparen. De laatste jaren is het aantal broedparen gedaald tot minder dan 100 paar, het is nog onduidelijk waarom het aantal broedparen zo sterk wisselt. In de winter is de vogel vaak te zien in de buurt van bessenstruiken. (bron: vogelvisie)

zaterdag 25 februari 2012

Natuur Vogels Kauw


natuur-vogels-kauw (haven lauwersoog)
De kauw, familie van de kraaien (corvidae) ,  is één van de kleinste kraaiachtigen die in Nederland voorkomen. De vogel is behalve aan het formaat ook van andere kraaiachtigen te onderscheiden door het grijze achterhoofd, een relatief kleine snavel en de witte iris. Ook is de vogel goed te herkennen aan de typische roep die klinkt als kjack, kjack.

De kauw leeft doorgaans in paren, maar vormen soms ook grote zwermen, vaak samen met andere kraaiachtigen. Het nest wordt gebouwd op schoorstenen of hoge gebouwen en is gemaakt van takken. De kauw is een sociale vogel, het mannetje en het vrouwtje leven ook buiten de broedtijd samen en blijven doorgaans hun hele leven bij elkaar. De kauw heeft zich net als veel andere kraaiachtigen goed aangepast aan de mens en komt dan ook in grote aantallen voor in steden.

 (bron: vogelvisie)

Natuur Vogels Brilduiker

vogels-brilduiker
vogels-brilduiker


De brilduiker behoort tot de familie van  de eenden (Anatidae). Het mannetje van de brilduiker heeft een opvallende, zwartwitte tekening. Het vrouwtje is minder opvallend getekend, maar is toch duidelijk te herkennen aan de bruine kop. Bij beide geslachten valt de gele iris op. In de vlucht is de brilduiker te herkennen aan de snelle vleugelslag, waarbij een fluitend geluid te horen is dat veroorzaakt wordt door de slagpennen van de vleugels.

In Nederland broeden hoogstens enkele brilduikers, in Europa broeden de vogels vooral in Scandinavië en dan bij voorkeur langs heldere meren in het bos. Het nest wordt gebouwd in een boomholte. De jonge vogels laten zich, nadat ze uit het ei gekropen zijn, uit het nest vallen om de moeder meteen te volgen naar het water. In de winter trekken de vogels onder andere naar Nederland om te overwinteren op binnenwater of langs de kust.

(bron: vogelvisie)

Natuur Bloemen Helleborus


natuur-bloemen-helleborus
De kerstroos (Helleborus niger) behoort tot het geslacht nieskruid, , waartoe ook de lenteroos (Helleborus oriëntalis) behoort. De kerstroos staat bekend als heksenkruid.

Kenmerken
De kerstroos is een vaste plant van ongeveer 30 cm hoogte. De wintergroene; handvormige bladeren hebben zeven tot negen donkergroene, leerachtige blaadjes, die een paar tanden hebben in hun bovenste helft. De nieuwe bladeren verschijnen samen met de bloemstengels.
De plant bloeit met één of een paar witte of roze bloemen. De bloemen verkleuren naar roze na de bevruchting. Na de bloei verschijnt de vrucht, die uit een paar kokervruchten bestaat.
De kerstroos komt in het wild voor op de hellingen van de Oostelijke Noord- en Zuidalpen.
De ondersoort Helleborus niger subsp. macranthus, die men aantreft in de Julische Alpen (noordoosten van Italië en aangrenzende streek van Slovenië), heeft minder getande bladeren, die soms een metaalglans hebben, en grotere bloemen (doorsnede tot 9 cm).

Giftigheid
De kerstroos werd beschouwd als zeer giftig door helleborine, een diglycoside dat bitter smaakt.

dinsdag 21 februari 2012

Natuur Vogels Groenling

natuur-vogels-groenling




















De bouw van de groenling is nagenoeg gelijk aan die van de vink, maar door het groene verenkleed van met name met het mannetje is de groenling onmiskenbaar. In de winter bevinden zich nog bruine randjes aan de veren, zodat het groene verenkleed 's winters minder opvallend is. Gedurende de winter slijten de randjes van de veren, zodat in het voorjaar het zomerkleed weer zichtbaar wordt. De groenling is behalve aan de kleur ook goed te herkennen aan de typerende zang, die regelmatig in een zangvlucht voorgedragen wordt. Door de groengele vleugelranden en de gele staartzijden is de vogel ook in de vlucht goed te herkennen.

In de winter trekt een deel van de populatie weg, maar tegelijk overwinteren vogels uit het noorden in Nederland, zodat het aantal vogels min of meer constant blijft.

(bron: vogelvisie)

maandag 20 februari 2012

Natuur Vogels Meerkoet


















Door het zwarte verenkleed en de witte plaat op het voorhoofd is de meerkoet één van de makkelijkst te herkennen vogels. De witte plaat op het voorhoofd is bij het mannetje groter dan bij het vrouwtje. In het voorjaar is de plaat groter dan in het najaar. De roep van de meerkoet is veelvuldig te horen en klinkt bij het mannetje als pieks en bij het vrouwtje als kouw. De meerkoet is een echte watervogel, die maar weinig vliegt en dan slechts met moeite uit het water omhoog komt.

De meerkoet is een in Nederland veel voorkomende watervogel, die op bijna elk water aanwezig is, zeker ook op stadsvijvers. Het nest is groot en slordig en bestaat uit verschillende materialen die de vogel in de buurt van het nest aantreft. Het nest wordt vaak gebouwd in de beschutting van de oever, maar soms ook midden op het water.

Hoewel de meerkoet in de zomer meestal alleen of in paren te zien is, vormen de vogels in de winter soms grote groepen. Vooral als het water bevriest en de meerkoeten ingesloten dreigen te worden, zoeken de vogels elkaar op en houden ze samen een wak open.

(bron: vogelvisie)



zondag 12 februari 2012

Natuur Vogels Grutto


natuur-vogels-grutto
natuur-vogels-grutto
De grutto (Limosa limosa) is een weidevogel en behoort tot de steltlopers.  Op verkenning in de natuur signaleer ik deze vogel vaak in de Oostpolder bij Noordlaren.

Kenmerken
De baltsroep van de grutto klinkt met wat fantasie als utto utto utto,
dat hij snel achter elkaar roept. Aan deze roep dankt de grutto zijn naam. In de zomer heeft het mannetje van de grutto een oranjebruine kop, nek en borst. Ook de snavel is aan de kopzijde oranje. De flanken en de buik zijn gevlekt. Hij heeft een lange vrijwel rechte snavel. Als de grutto vliegt vallen de witte strepen boven en onder de vleugels op. De grutto is 36–44 cm groot en heeft een spanwijdte van 62–70 cm. Een grutto weegt 280-500 gram. Zijn levensduur bedraagt 10-15 jaar, met uitschieters tot wel 29 jaar.

De grutto lijkt op de rosse grutto. Deze heeft meer rood op de buik en een iets opgewipte snavel. Verder bewoont deze vogel een ander habitat. De rosse grutto broedt in arctische gebieden en overwintert bijna uitsluitend in (sub-)tropische kustgebieden en legt daarvoor enorme afstanden af.

Voedsel
De grutto eet wormen, insecten en larven van insecten zoals larven van langpootmuggen.

vrijdag 10 februari 2012

Natuur Vogels Merel








Gisteren deze merel gespot met volgens mij een vlokje sneeuw op de vleugel. Even opgezocht:

Bij de merel is het vooral het mannetje dat opvalt door het zwarte verenkleed en de oranje-gele snavel. Bij nadere bestudering valt ook de oranje-gele cirkel rondom het oog op. Het vrouwtje is weliswaar net zo gebouwd als het mannetje, maar heeft een minder opvallend, bruin verenkleed. Jonge vogels lijken op een volwassen vrouwtje, maar hebben nog lichtgekleurde veertoppen. De merel wordt ondanks het zwarte of bruine verenkleed één door veel mensen herkend. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat de vogel erg talrijk is en met de zang veelvuldig de aandacht trekt.

Het voedsel van de merel bestaat onder andere uit insecten, vruchten, wormen en slakken. Door de grote diversiteit in het voedsel dat gegeten wordt, maar ook doordat de vogel drie of vier nesten per jaar grootbrengt is de merel tegenwoordig de meest voorkomende vogel van Nederland. De merel heeft zich uitstekend aangepast aan de mens; enkele eeuwen geleden was de merel nog een schuwe vogel die alleen in het bos voorkwam.
Alle foto's: klik hier

zondag 5 februari 2012

Natuur Vogels Blauwe Reiger


natuur-vogels-blauwe reiger

natuur-vogels-blauwe reiger
Koud op het ijs de blauwe reiger in Park Selwerd. De blauwe reiger is een grote, eenvoudig te herkennen vogel die vaak langs waterkanten gezien wordt. Volwassen blauwe reigers hebben een witte kop met een zwarte wenkbrauwstreep die overgaat in een aantal sierveren op het achterhoofd. Het voedsel van de blauwe reiger bestaat voornamelijk uit vis en kleine dieren. Tijdens het jagen staat de vogel vaak stil in het water of op de oever, rustig wachtend tot een prooi binnen het bereik komt, waarna deze gevangen wordt met een snelle stoot van de snavel. Ook wordt lopend gejaagd, waarbij de vogel met trage passen over het land of door ondiep water loopt. In de vlucht houdt de blauwe reiger de lange hals opgevouwen in een S-vorm. De vogel heeft een trage vleugelslag, waarbij de vleugels voortdurend gebogen zijn.



Het nest van de blauwe reiger wordt in kleine kolonies in de toppen van een groep oude bomen gebouwd. Het nest bestaat uit een grote bos takken en wordt meerdere jaren achter elkaar gebruikt.







donderdag 2 februari 2012

Natuur Vogels De grote bonte specht


De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

De grote bonte specht lijkt sterk op twee andere in Nederland voorkomende spechten: de middelste en de kleine bonte specht. De grote bonte specht komt het meeste voor en onderscheidt zich behalve door het formaat ook door het ontbreken van een geheel rode kruin bij het mannetje.

(bron: vogelvisie) Alle vogels: klik hier